De Strakstraat in Driebergen was strak. Verreweg de meeste inwoners hadden het niet zo op met onkruid en ongedierte. Uit voorzorg hadden ze hun voortuintje laten betegelen met grote strakke tegels en behandelde hun mooie strakke uitzicht uit voorzorg twee keer per jaar met chloor. Dit was een terugkerend ‘straatfestijn’, net als de bladblaasdag, om de blaadjes uit de buurstraat Lindlaan terug de hoek om te blazen. Er was echter één uitzondering in de straat, dat was de oude grijsaard Poempapa. Poempapa had zijn tuin laten verwaarlozen, er groeide van allerlei troeperigs en prikkerigs in zijn tuintje, er vloog veel irritants rond en je moest er met een grote boog omheen lopen om niet het gevaar te lopen te worden gestoken door een mier, een bij of een vlinder. Sommigen zeggen dat een vlinder niet prikt, maar je wilt het risico natuurlijk niet lopen..
Op een mooie herfstdag at Poempapa op eigen risico een broodje in zijn tuin. Het was niet een gewoon broodje, het was een pompoenbroodje. Zonder dat Poempapa er erg in had viel er een grote pompoenpit in zijn tuintje. Niks aan de hand zou je zeggen…
En warempel, de herfst ging voorbij, de winter ging voorbij en in de lente verscheen er een piepklein plantje op de plek waar de pit was gevallen. De plant groeide door, zoals planten meestal doen.. je kent het wel, en in de zomer begon er een heuse pompoen aan te groeien. In Augustus was de pompoen zó groot dat iedereen in de straat hem had opgemerkt en de mensen erover begonnen te spreken.. ze waren simpelweg nieuwsgierig geworden: elke dag was de pompoen weer een stukje groter geworden. Het leek wel alsof iedereen in de strakstraat dat met eigen ogen wilde aanschouwen; het werd de straatpompoen waar de strakstraters trots op waren . Poempapa maakte gedurende de maand augustus en september meer praatjes met de mensen uit zijn straat dan hij in jaren had gedaan, zijn tuin groeide uit tot de ontmoetingsplek van de straat en Poempapa kende alle nieuwtjes.
Totdat het kouder begon te worden en Poempapa besloot om zijn mega-pompoen te plukken. Omdat hij gewend was geworden aan de gezellige praatjes zette hij de pompoen voor het raam. Maar de mensen hadden al snel door dat de pompoen niet meer veranderde, en de interesse verdween als sneeuw voor de zon. Hij maakte er een grote pot soep van, en nog één keer kreeg hij de buurt bij elkaar voordat de eenzame winter zijn intrede deed.
De lente erop hadden bijna alle huizen een tegel gewipt uit hun tuin, waar een heel klein plantje uit tevoorschijn kwam, en die september moest de jaarlijkse bladblaasdag plaatsmaken voor de eerste editie plaats van de ‘Straakstraatse Pompoenwedstrijd’.

Met dank aan Stella Damavandi voor het doorvertellen van dit verhaal!

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *